Lekker flexibel

28 mei 2015

Angst voor vele ontslagen, onveilige situaties door meer onervaren werknemers en grote onzekerheid onder flexkrachten. De flexwet die per 1 juli 2015 ingaat heeft als doel werknemers met een tijdelijk contract sneller aan een vaste baan te helpen, maar vooralsnog verwachten velen een tegenovergesteld doemscenario.

Door de nieuwe flexwet hebben tijdelijke werknemers na twee jaar recht op een vast contract, in plaats van zoals nu nog geldt, na drie jaar. En waar je er nu drie maanden tussenuit moet om een nieuw contract te krijgen, daar wordt die verplichte pauze straks verlengd tot een halfjaar. Asscher hoopt dat werkgevers hun mensen sneller een vast contract gaan geven. Net als vroeger. Organisaties vereisen steeds meer flexibiliteit en wendbaarheid om mee te kunnen bewegen met een snel veranderend werkveld. Groeiende flexibele schillen en meer tijdelijke contracten en ZZP-ers zijn het gevolg. Veelal gepaard met: onzekerheid, een gebrekkige pensioenopbouw en geen kans op een hypotheek. Kopzorgen.

Vorig jaar deden wij een onderzoek bij een grote uitzendorganisatie. We keken naar de impact van arbeidsomstandigheden op het mentale welzijn van 419 uitzendkrachten. Concluderend konden we stellen dat flexibele krachten net als ‘gewone’ medewerkers grote baat hebben bij een fijne leidinggevende, regelmogelijkheden, leuke collega’s en zo voorts. Helaas komen ze er met minder ontwikkelingsmogelijkheden, minder waardering, andere behandeling en een onzeker toekomstperspectief relatief bekaaid vanaf. Main point: flexkrachten hebben te maken met omstandigheden die hun mentale welzijn, en daarmee hun inzetbaarheid, op negatieve wijze beïnvloed. Met een groeiende groep flexkrachten is dit iets om rekening mee te houden.

En dat doen we; men neme per 1 juli een wet die werkgevers wil stimuleren terug te gaan naar het vaste contracten tijdperk en we blijven een vast contract zien als het startschot van het volwassen leven. Nu heb ik zonder hypotheek of derde kind op komst wellicht makkelijk praten, maar terug willen gaan naar een gepasseerd station vind ik minder sterk. Sterker nog, ik acht het onmogelijk.

De waarde die wij ontlenen aan werk heeft hier mee te maken; volgens van der Klink (2015) is deze sterk veranderd door de tijd. Waar werk vroeger hoofdzakelijk een manier was om inkomen te vergaren door een duidelijke output te leveren, was een vast contract het perfecte middel om hier in te kunnen voorzien; we zaten gebeiteld voor de komende tijd. Tegenwoordig, met een veel meer kennis gedreven markt, is de output van werk niet altijd even duidelijk en zoeken we naast inkomen naar andere “redenen” die het de moeite waard maken om te werken. Een gevolg hiervan is dat we werk zien als veel meer dan een inkomstenbron; we waarderen werk aan de hand van voldoening, zingeving, plezier, ontwikkeling, creativiteit en sociale interactie. Vraag is in welke mate een vast contract gehoor geeft aan deze waarden. In mijn optiek heeft juist een flexibelere arbeidsmarkt de potentie om hier, mits goed ingericht, prachtig op aan te sluiten.

Om terug te komen op de nieuwe flexwet per 1 juli: dat hij het tegenovergestelde bewerkstelligt als wat hij beoogt, denk ik ook. Dat hetgeen wat hij beoogt betekent dat we terug zouden moeten gaan naar een situatie die eenvoudig genoeg niet meer van deze tijd is, vind ik pas echt onhandig. Een goede inrichting om het beste uit flexibele arbeid te halen; daar is waar winst valt te behalen.

Deel artikel

Meer inspiratie