First things first

12 maart 2014

Toen twaalf jaar geleden de Wet Verbetering Poortwachter ingevoerd werd en de rol van de werkgever aanzienlijk veranderde, kwam daarmee in veel organisaties het accent van het verzuimbeleid op preventie te liggen. Het ging niet meer over ziek zijn maar over gezond blijven en daarbij hoorde als vanzelfsprekend een gedegen gezondheidsbeleid.

Organisaties hadden dat beleid nog niet geïmplementeerd of het draaide om ‘vitaliteit’ en dus moest er een vitaliteitsbeleid komen. En nu ruim tien jaar later ‘moeten’ we allemaal aan de duurzame inzetbaarheid. Er zijn weinig grote organisaties waar dit thema niet op de (HR) agenda staat. En zo zeker als het is dat er iets mee gedaan moet worden, zo moeilijk is het vaak om ermee aan de slag te gaan. Want wat is duurzame inzetbaarheid eigenlijk en waar moeten we allemaal aan ‘voldoen’ om een goed duurzaam inzetbaarheidsbeleid te voeren?

Je kan je afvragen of het zinvol is om een beleid op te stellen waarbij als aanleiding geldt: “omdat we nou eenmaal iets ‘moeten’ met duurzame inzetbaarheid”. En hoewel dit in de praktijk natuurlijk wel wat genuanceerder ligt, zie je toch vaak dat bij het inrichten van een dergelijk beleid vergeten wordt om een aantal essentiële vragen te stellen, zoals:

–  Waar willen we als organisatie naar toe de komende jaren?
–  Waar liggen de uitdagingen dan voor ons?
–  Wat is er voor nodig om dit op te lossen?
–  Welk(e) beleid/ interventies horen daar dan bij?

Als je de antwoorden op deze vragen hebt, kan je veel makkelijker een beleid inrichten. Je kan dit dan een duurzaam inzetbaarheidsbeleid noemen, maar je kan er zelf ook een andere term voor bedenken. Zo ontstaat een beleid dat gebaseerd is op de werkelijke behoefte van de organisatie en niet omdat het “mode” is om ermee bezig te zijn.

Grote kans dat het draagvlak bij de implementatie ook groter is omdat je goed kan uitleggen waarom de organisatie met het beleid aan de slag wil.

Deel artikel

Meer inspiratie